Meteen naar de inhoud
Home » Geluksheffing

Geluksheffing

Koos en Floris Jan zaten ooit samen in de klas, maar het verschil was al vanaf hun geboorte groot: Ging Koos ieder jaar een weekje met zijn ouders met de vouwwagen naar Drenthe, Floris Jan ging ten minste vier keer, het liefst vliegen en minstens één keer wintersport. Liep Floris Jan al op school in schoenen van Armani, Koos in die van zijn oudere broer. Koos had echter gouden handjes en toen hij al jaren een uitstekend timmerman was, was Floris Jan nog altijd koning bierpong in zijn studentenvereniging. Financiële zorgen waren er echter niet, want de jaarlijkse schenkingen van zijn ouders hielden hem goed op de been. Het kopen van een eerste woning was voor Koos bijna onmogelijk, al maakte hij lange dagen. Bij Floris Jan was dit geen probleem, de vrijgestelde ton schenking zorgde ervoor dat hij zelfs flink kon overbieden. Zorgen over de toekomst waren er evenmin: zelfs bij overlijden van beide ouders zou er genoeg overblijven om nog jaren vooruit te kunnen, misschien wel levenslang.

Omstreeks 2010 keek mijn dochter op een zondagavond naar het tv-programma met de koffertjes. Ik werd erbij betrokken toen mijn dochter in al haar enthousiasme (en naïviteit) een sms’je wilde sturen naar het nummer dat maar in beeld voorbij bleef rollen. De afspraak werd: één berichtje sturen en dan naar bed. Amper poetste zij haar tanden, of mijn telefoon ging. Even dacht ik nog enorm bij de neus te worden genomen, maar al snel bleek dat niet het geval: ik was de winnaar van een bedrag van maar liefst € 10.000 en even later rolde mijn eigen naam in beeld voorbij. U begrijpt dat er enige onderhandeling nodig was om te bepalen welk deel aan wie toekwam, maar interessanter is echter de kansspelbelasting. Van het bedrag werd namelijk 30,1% ingehouden. Jammer, maar goed, onze verzorgingsstaat moet ook draaiend blijven en het werd ons toch maar in de schoot geworpen. Bovendien bleef er nog altijd een leuk bedrag over.

Met de kansspelbelasting kan vrijwel iedereen heel goed leven. Wanneer iets je ‘zomaar’ toevalt, is het niet zo erg dat daarvan een inhouding plaatsvindt, al is het tarief nogal fors. Hoe anders is het echter bij onze erfbelasting. Hebt u over uw zuur verdiende centjes al stevig inkomstenbelasting betaald en ook nog jaarlijks de heffing in box 3, dan mag u bij overlijden over het restant nóg een keer afrekenen! Volgens een onderzoek uit 2009 is de erfbelasting dan ook onze meest gehate belasting.

Op het gevaar af dat ik hele volksstammen tegen mij in het harnas jaag: de vraag kan echter gesteld worden of dat wel terecht is. Uitgaande van een langstlevende echtgenoot en twee kinderen komen we met een gemeenschap van goederen onder de € 240.000 vaak niet eens in de erfbelasting terecht.
En bij een gemeenschap van goederen van een half miljoen komt de heffing bij het eerste overlijden uit op zo’n 2,2%. Niet echt indrukwekkend vergeleken met de ruim 30% die Linda de Mol inhoudt.

Maar het belangrijkste punt is natuurlijk dat u over uw zuurverdiende centjes helemáál niet hoeft af te rekenen! De heffing komt namelijk voor rekening van uw kinderen, niet diegenen die ze zuur verdiend hebben, maar diegenen die het ook ‘zomaar’ in de schoot geworpen krijgen.

Geluksheffing
Wanneer we onze overheidstaken willen blijven financieren, zoals de zorg voor onze ouderen, dan is de vraag eenvoudigweg wie dat gaat betalen. Dus zegt u: schroef de inkomstenbelasting voor onze verplegers en voor timmerman Koos nog maar iets op, of moet onze gelukkig geboren Floris Jan dan maar een heel klein stukje van zijn riante en zonder enige inspanning ontvangen erfenis inleveren?

(Column Van de notaris in De Hessencombinatie, september 2021)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.